Waarom doen we niet wat we weten dat het beste is?
We weten vaak precies wat we moeten doen. En toch doen we het niet.
Niet omdat we te weinig informatie hebben.
Maar omdat we het ongemakkelijke gevoel proberen te vermijden dat een belangrijk besluit kan oproepen.
Wanneer ik vroeger voor een belangrijk besluit stond, stelde ik mezelf steeds deze vraag:
Wat is het ergste dat kan gebeuren?
Maar met de jaren werd een andere vraag belangrijker:
Ben ik bereid de gevolgen te dragen als het anders loopt dan ik hoop?
Zowel materieel als emotioneel.
Langzaam begon ik te beseffen dat ik die twee dingen voortdurend met elkaar verwarde:
Het risico van een besluit.
En de angst voor de mogelijke gevolgen ervan.
Het eerste vraagt om een nuchtere risicoafweging, niet om eindeloos meer informatie, meer controle of absolute zekerheid.
Die zekerheid bestaat niet.
Het tweede vraagt om iets heel anders.
De bereidheid ook die angst toe te laten.
Juist dat vermijden houdt ons gevangen én voedt de angst.
Daarom stellen we uit. Daarom blijven we piekeren. Daarom zoeken we steeds opnieuw naar controle.
Het probleem is meestal niet het risico zelf.
Het probleem is dat we het gevoel dat daarbij kan horen niet willen ervaren.
Moed is niet de afwezigheid van angst.
Moed is de bereidheid te handelen terwijl dat ongemakkelijke gevoel aanwezig is.
Juist dan ontstaat de ruimte om te doen wat werkelijk belangrijk is.
Ik zag dit patroon niet alleen bij mezelf als ondernemer en voormalig CEO, maar ook bij veel anderen.
Vooral bij mensen die veel aan hun hoofd hebben én veel van zichzelf eisen.